De lessen in de propedeuse

Tijdens de propedeuse werk je aan de hand van verschillende werkwijzen en onderzoeksmethodes om betekenisvol beeld te maken.

BRONNEN en makerschap:            maken vanuit externe bronnen
ZINTUIGEN en makerschap:          maken vanuit de fysieke ervaring
EIGEN BLIK en makerschap:          maken vanuit de subjectieve beleving

Aan de hand van deze thema’s leer je vanuit verschillende invalshoeken beeld maken. In periode 1, 2 en 3 (waar je je studierichting kiest) staan deze projectlijnen nog redelijk los van elkaar, in periode 4 worden deze steeds meer geïntegreerd tot één samenhangend project en herken en ervaar je de samenhang tussen deze onderdelen. Je leert dan hoe de verschillende invalshoeken in de praktijk in elkaar grijpen en wat het begrip makerschap voor jou betekent. 

Zintuigen en makerschap

Projectlijnen

Bronnen en makerschap

In deze projectlijn leer je om bronnen te vinden en ze te gebruiken in een beeldend proces. Je verbindt bestaande beelden, kennis en teksten, en opgedane ervaringen buiten de academie aan een beeldend onderzoek. Dit heeft een interdisciplinair karakter;  je kunt in je onderzoek gebruik maken van beeldcultuur, dans, animaties, theater, film, literatuur, poëzie, wetenschap, actuele ontwikkelingen, religie etc. Vervolgens leer je op welke manier je de bronnen en ervaringen kunt inzetten en vertalen naar je eigen beeldend, inhoudelijk onderzoek, bijvoorbeeld als inspiratie, materiaal of vergelijking. Je spiegelt je eigen opvattingen en interesses aan dat wat er al is, in het vakgebied en in de maatschappij. Zo leer je dat je onderdeel bent van een groter geheel waar je gebruik van kunt maken.

Zintuigen en makerschap

In deze projectlijn leer je vanuit je zintuiglijke beleving beeld maken. Je spreekt je zintuigen aan en verbindt deze aan media. Zo leer je je te verwonderen en kom je tot interessante vragen in het maken van beeld. Je onderzoekt je zintuiglijke beleving in verschillende media en op allerlei manieren. In deze projectlijn onderzoek je materialen, technieken en werkplaatsen op hun (on)mogelijkheden. Zo leer je het maken zèlf als bron in te zetten om je werk te ontwikkelen. En kom je tot werk dat inzicht geeft in de beeldende mogelijkheden van de fysieke ervaring of zintuiglijke beleving. 

Eigen blik en makerschap

In deze projectlijn staat het zelf maken van betekenisvol beeld centraal. Je leert om je eigen belevingswereld in beeld uit te drukken en deze via beeld te communiceren. Je maakt een begin met jezelf te identificeren als beeldmaker. In deze projectlijn leer je procesmatig werken. Dat doe je door vanuit een aanleiding beeld te maken. Dit beeld analyseer je op betekenissen. Via experimenten zet je vervolgens weer nieuwe stappen in je beeldend proces. Stapsgewijs leer je zo jouw eigen denkbeelden en fascinaties te vertalen in beeld.

Theorielijnen

In de theoriemodulen leer je dat jouw makerschap deel uitmaakt van een groter geheel: de wereld in het algemeen en de cultuur van je toekomstige werkveld. Op basis van uiteenlopende werken, praktijken en denkrichtingen doe je nieuwe ideeën op en word je tot reflectie aangezet. Er zijn vier theorievakken:

- Kunst- en Vormgevingstheorie (hoorcolleges)
- Filosofie (hoorcolleges)
- Beeldcultuur (hoorcolleges)
- Vaktheorie (werkcolleges)

Technologielijnen

Je werkt aan je technologisch bewustzijn door onderzoek te doen naar de invloed die technologie heeft op het creëren van beeld. Je leert een variatie aan technologische mogelijkheden, vaardigheden en materialen kennen. Je maakt kennis met alle werkplaatsen van de academie en je maakt een eigen keuze uit het aanbod van technologieworkshops. Hier leer je hoe de technische middelen (technieken, software, apparatuur, materialen) in kunt zetten voor de ontwikkeling van je werk.

Studieloopbaanbegeleiding (SLB)

Tijdens de studieloopbaanbegeleiding bespreek je de vraag hoe te studeren aan deze academie, en op welke manier je je goed kunt voorbereiden op je voortgangsbeoordeling en het vervolg van je studie.

Studiehouding

Om je studie succesvol te doorlopen is het belangrijk dat je een open houding hebt, vrij van vooroordelen. Leren doe je door oefenen, en het overwinnen van barrières. Plezier in je werk ontwikkel je door je kwaliteiten te gaan herkennen, die te laten groeien en resultaten te behalen. Je stelt je nieuwsgierig op, experimenteert met ideeën, materialen en technieken, en je durft nieuwe wegen in te slaan. Je denkt ook na over waarom je iets doet, luistert naar anderen, discussieert over je werk en wilt daar conclusies uit trekken. Het is nodig dat je op een brede manier in je studie staat. Dat betekent dat je niet studeert om de docenten tevreden te stellen. En niet om cijfers te halen. Je leert om jezelf te ontwikkelen, om verbanden te zien tussen de dingen die je ziet, hoort, leest en doet. Het is ook nodig dat je je oplaadt met relevante informatie. Dat je kranten, literatuur en vaktijdschriften leest, en tentoonstellingen bezoekt. Zodat je je een beeld gaat vormen van jouw plek en jouw ambitie in de wereld van kunst en vormgeving.