De Fabriek

Onze vierdejaars studenten uit 's-Hertogenbosch en Breda werken ieder jaar twee weken samen in kunstinitiatief De Fabriek in Eindhoven. Hier presenteren zij hun werk(zaamheden) en stellen zij als groep een programma samen. Met als afsluiter een een tentoonstelling voor het publiek.

De Fabriek - werkweek studenten Beeldende Kunst
De Fabriek - werkweek studenten Beeldende Kunst
De Fabriek - werkweek studenten Beeldende Kunst

You can’t stay up on the roof forever

Verslag van een studente - 

The Temporary Autonomous Zone van Hakim Bey duidt de behoefte van de kunststudenten die twee weken in De Fabriek verblijven om zich te verzetten tegen onderwijsstructuren, en de druk die door de maatschappij op hen wordt uitgeoefend. Bey adviseert hen om tijdelijke (denk)ruimtes te creëren waar geen opgelegde regels gelden. Dat doen zij door de individuele praktijken te verruilen voor kortstondige, gemeenschappelijke experimenten die draaien om het sociale aspect van een residentie: eten, slapen en samenzijn.

Zo brandt er als ik bij De Fabriek aankom een houtvuur, en staan er mensen op de binnenplaats te praten en te lachen. Geen ongewone situatie, want zo ziet het er hier altijd uit als een tentoonstelling opent. Maar de kunststudenten die hier werken en slapen, vieren geen opening: ze maken hun ontbijt klaar. Ze wikkelen croissantdeeg om houten speren, die ze bakken in de vlammen. Ze warmen zich aan de utopie dat kunst een onbeschreven stukje maatschappij is waar het feest al begint voordat het werk gedaan is.  Zij willen er een statement mee maken; tegen het publiek zeggen dat spontaniteit in onderwijs en kunstwereld niet meer vanzelfsprekendheid is.

Zo zijn er de afgelopen weken meer dingen gebeurd waarbij een groot deel van de groep betrokken was. Als je die experimenten beschouwt in de context van Bey’s tekst, voegt hij daaraan toe dat een autonome zone niet zozeer gezocht moet worden in een plek, maar in een begrensde tijd; een moment. Die momenten kunnen wel spontaan ontstaan, maar hun effect kan niet gegarandeerd worden. Daarom noemt Bey het concept van een feest als een mogelijke autonome zone. Of dat nu een grootschalig evenement, diner met twee personen of het bakken van croissants is; het is altijd ‘open’ omdat niet kan worden afgedwongen dat het iets bijzonders wordt. Het kan gepland zijn, maar zolang het niet ‘gebeurt’ is het een mislukking.

Iedereen kent dat gevoel – dat je ergens naar uit hebt gekeken, maar als het moment daar is blijkt dat het simpelweg niet aan is. Dat risico, dat de energie niet gevoeld en gewaardeerd wordt, is voor de studenten nog aanleiding om zich het grootste deel van de tijd te richten op individuele vraagstukken. De conventie van iets dat lijkt op beeldende kunst belooft een vangnet te zijn, en dat de context van die individuele kunst allang niet meer zo autonoom is nemen zij voor lief. Des te interessanter is het als iemand het voortouw neemt om iets samen te doen. De sfeer verandert, en er is sprake van een piekmoment met een verhoogd concentratieniveau, meer energie en een geprikkeld bewustzijn. Onuitgesproken hopen zij dat zo’n moment in aanmerking komt als temporary autonomous zone, een spontaan moment waar de regels van het dagelijks leven versoepelen of zelfs wel verdwijnen.

Wie kritisch wil zijn kan zich afvragen waarom het de studenten ontbreekt aan het lef om die momenten vaker te organiseren. Ik ben ook zo iemand, maar ook de echte revolutie wordt door Bey genuanceerd. Hij stelt dat geen enkele opstand dagelijks kan plaatsvinden, omdat het dan zijn functie verliest – ‘you can’t stay up on the roof forever’. Maar, aan de andere kant stelt hij ook dat sommige autonome zones hele mensenlevens kunnen bestaan, omdat ze onzichtbaar zijn. En dat maakt dan weer nieuwsgierig naar de waarde van die enkeling die het groepsgebeuren in zijn geheel afwijst.

Brenda Tempelaar, januari 2019